vWIA: Kwaliteitseisen en materialiteit
29-04-2009
Het uitgangspunt van het vWIA-convenant is dat de intermediair bij haar werkzaamheden de algemeen geldende wet- en regelgeving, alsmede de gedrags- en beroepsregels van de beroepsorganisaties die op de intermediair van toepassing zijn hanteert. Intermediairs die willen deelnemen aan de vWIA-pilot moeten aantonen een adequate interne organisatie te hebben, hetgeen bijvoorbeeld blijkt uit het naleven van een (algemeen aanvaard) kwaliteitssysteem.
De kern van het vWIA-convenant is te komen tot een inrichting van de aangifteketen, zodat de kwaliteit van de aangiften die deelnemende accountantskantoren indienen van dien aard zijn dat ze door de Belastingdienst zonder nader onderzoek kunnen worden afgedaan. Over fiscale discussiepunten vindt, vooraf, overleg plaats met de Belastingdienst, waarbij beide betrokken partijen zich constructief opstellen binnen de kaders van de regelgeving om tot aanvaardbare oplossingen te komen. Het zwaartepunt in het toezicht van de Belastingdienst, verschuift hiermee van de individuele behandeling van aangiften van belastingplichtigen naar het beoordelen van de werkwijze en de werkprocessen van het kantoor.
Intermediairs die willen deelnemen aan het vWIA-convenant, moeten aan kwaliteitseisen voldoen. De intermediair hanteert een systeem waarmee de kwaliteit wordt geborgd. Dit kwaliteitsborgingsysteem heeft betrekking op de procedures rondom de totstandkoming van de aangiften. De intermediairs moeten aantonen een adequate interne organisatie te hebben hetgeen bijvoorbeeld blijkt uit het naleven van een (algemeen aanvaard) kwaliteitssysteem. Aanpassing kost normaal gesproken geen tijd en geld. Immers het uitgangspunt is dat de intermediair dient te voldoen aan de reeds bestaande standaard NV COS 4410 (relevant voor samenstellingsopdrachten).
In het kader van het convenant wordt de vWIA ontleend aan een jaarrekening op basis van fiscale grondslagen die is opgesteld in overeenstemming met de gedrags- en beroepsregels van de beroepsorganisatie die op de intermediair van toepassing zijn. De Belastingdienst zal bij haar metatoezicht dezelfde materialiteit hanteren als de accountant bij het samenstellen van de jaarrekening. Dit betekent dat er niet meer werkzaamheden hoeven te worden uitgevoerd dan noodzakelijk (de gedrags- en beroepsregels van Nivra/NOvAA). Als de onderzochte aangifte niet vrij is van afwijkingen van materieel belang, dan is het de verantwoordelijkheid van de betreffende klant om voor verbetering te zorgen. De intermediair heeft een inspanningsverplichting met betrekking tot het bewegen van de klant om de aangifte te verbeteren. Daarnaast heeft de intermediair een resultaatverplichting met betrekking tot de eigen werkprocessen en de verantwoordelijkheid de werkprocessen zo nodig te verbeteren.
De gebruiker van een door een accountant samengestelde jaarrekening op fiscale grondslag mag een rapportage verwachten die is opgesteld overeenkomstig de door NIVRA en NOvAA uitgevaardigde gedrags- en beroepsregels, alsmede overeenkomstig de eisen die worden gesteld in de wet ( BW2 titel 9).
De gedrags- en beroepsregels zijn:
- Verordening gedragscode en dan met name de daarin opgenomen fundamentele beginselen;
- Nadere voorschriften accountantskantoren ter zake van aan assurance verwante opdrachten;
- Standaard 4410 Opdrachten tot het samenstellen van financiële overzichten;
- Verordening en beleidsregels kwaliteitonderzoek NIVRA;
- Verordening op de Periodieke Preventieve toetsing NOvAA;
- Klacht- en tuchtrecht.
Hoewel geen regelgeving, worden daarnaast genoemd:
- Leidraad 14 Opdrachten in de MKB-praktijk;
- Praktijkhandreiking ter zake van het begrip bedrijfsmatig handelen van een accountantskantoor.
De Belastingdienst vertrouwt op de professionaliteit van het accountantskantoor bij het implementeren en het hanteren van haar werkwijze. De Belastingdienst toetst de werkwijze van het kantoor niet vooraf. Door het tekenen van het vWIA convenant beperkt de noodzaak tot toezicht door de Belastingdienst zich tot metatoezicht in de vorm van monitoring van de kwaliteit van de aangiften door de intermediair ingediend. De intermediair verleent binnen algemeen geldende wet- en regelgeving zonder terughoudendheid en zonder voorbehoud aan de Belastingdienst inzage in de aan de aangiften ten grondslag liggende gegevens. De behandeling van de fiscale onderwerpen dient zodanig in het klantdossier te zijn vastgelegd dat effectief metatoezicht kan plaatsvinden. Met betrekking tot de gegevens die behoren tot fiscale adviezen hoeft echter geen inzicht verleend te worden.
De Belastingdienst richt het metatoezicht in volgens de uitgangspunten van de “Controleaanpak Belastingdienst (CAB)”. Steekproefsgewijs beoordeelt de Belastingdienst een aantal aangiften van klanten van de intermediair. Bij deze beoordeling hanteert de Belastingdienst de CAB, met als doel zo snel mogelijk vast te stellen of de aangifte aanvaardbaar is. Hierbij zal in beginsel gebruik worden gemaakt van statistische technieken.
De intermediair dient actief relevante voorkomende fiscale gebeurtenissen/ingenomen standpunten voor te leggen aan de Belastingdienst op het moment dat deze zich voordoen. Daarnaast vindt periodiek, maar ten minste éénmaal per halfjaar, overleg tussen de intermediair en de Belastingdienst plaats over de uitvoering van dit convenant.
Bron: vWIA convenant




