De banken gaan kwaliteit eisen


11-09-2009

De drie grote banken hebben niet alleen besloten dat zij vanaf 1 april 2010 informatie in het formaat XBRL willen ontvangen, maar stellen daarbij eisen, waaronder kwaliteitseisen. De rol van de accountant bij het opstellen van de jaarcijfers (en later moment maandcijfers) wordt belangrijker. De accountant zal borg moeten staan voor de kwaliteit van de rapportages die worden uitgebracht.
 
Al op 9 juni jl. hebben de gezamenlijke grote banken (Rabobank, ABN AMRO Bank en ING) aangegeven het gebruik van standaard bedrijfsrapportages op basis van het fiscaal jaarrapport te gaan invoeren. Nog dit jaar willen deze banken een proces afronden, waarbij in 2010 kredietrapportages worden aangeleverd die voor de deelnemende banken beschikbaar komen met behulp van geautomatiseerde uitwisselingprocessen. De besturen van deze banken hebben (budgettaire) prioriteit gegeven aan de stimulering van dit geautomatiseerde uitwisselingproces. Ook is aangegeven dat slechts korte tijd twee distributiekanalen naast elkaar zullen worden gebruikt. Met andere woorden: van papier (soms e-mail) zal snel worden overgegaan naar SBR via een procesinfrastructuur.
 
Verwachte voordelen
De banken verwachten met het gebruik van standaard bedrijfsrapportages de volgende voordelen te realiseren:
·         effectiever en efficiënter opereren door het kredietverleningsproces zoveel mogelijk te automatiseren en te standaardiseren;
·         standaardisatie, die de transparantie en kwaliteit van gegevens verhoogt en daarmee de kwaliteit van de kredietbeoordeling door banken;
·         periodieke rapportages die beter inzicht verschaffen in de actuele (financiële) situatie bij de ondernemer. Om die reden kan eerder worden geïntervenieerd om te proberen faillissementen te voorkomen;
·         voor toezichthouders op de financiële markten betekent het toepassen van standaard bedrijfsrapportages in het kredietverleningproces toenemende kwaliteit van de risicobeoordeling door kredietverlenende instellingen.
 
De banken zullen de jaarrekening op fiscale grondslag (!) met additionele informatie willen ontvangen. Ondernemingen zullen daarnaast periodiek informatie moeten verstrekken. Natuurlijk moet de aangeleverde informatie betrouwbaar zijn. Ten aanzien van de kwaliteit van de informatie gaan de banken daarom meeliften op het metatoezicht van de Belastingdienst. Alleen accountants- en administratiekantoren die een (vWia-)convenant hebben gesloten, mogen – ten behoeve van hun klanten – deelnemen aan het geautomatiseerde uitwisselingproces met de banken.
 
Metatoezicht door de Belastingdienst
Het Metatoezicht inzake de vWIA past volledig in de experimenten van de Belastingdienst met Horizontaal toezicht. De Belastingdienst ziet Horizontaal toezicht als dé controletechniek voor de toekomst en het vormt daarmee een van de speerpunten van de Belastingdienst voor de komende jaren.
Het metatoezicht inzake de vWia komt neer op samenwerking tussen de Belastingdienst en de belastingplichtige. Hierbij is een belangrijke rol weggelegd voor de (fiscaal) intermediair.Bij het metatoezicht worden afspraken gemaakt over de wijze en intensiteit van het toezicht en over de manier waarop partijen samenwerken. Deze afspraken zijn vastgelegd in het vWia-convenant. Het streven is dat alleen maar kwaliteitsaangiften als vWia worden ingediend. Dit zijn aangiften die zonder meer door de Belastingdienst worden aanvaard en die zonder controle leiden tot een definitieve aanslag.
 
Het doel van metatoezicht zelf is om te beoordelen of de werkwijze van een intermediair (die het convenant heeft getekend) voldoet. Het metatoezicht richt zich primair op de werkzaamheden die door het betreffende accountants- of administratiekantoor zijn uitgevoerd. Hierbij zijn de gegevens van belang over de uitgevoerde werkzaamheden en bevindingen, die zich in de klantdossiers bevinden. In het kader van metatoezicht is het mogelijk dat de Belastingdienst niet alleen de intermediair, maar ook de klant in het onderzoek betrekt. Steekproefsgewijs beoordeelt de Belastingdienst een aantal aangiften van klanten van de intermediair, met als doel zo snel mogelijk vast te stellen of het aangifteproces van deze intermediair leidt tot aanvaardbare aangiften. Hierbij zal in beginsel gebruik worden gemaakt van statistische technieken.
 
Met betrekking tot de gegevens die behoren tot fiscale adviezen, hoeft uiteraard geen inzicht verleend te worden. Belangrijk is ook te vermelden dat het metatoezicht alleen betrekking heeft op ingediende vWia’s. Indien het kantoor ook reguliere andere (vennootschapsbelasting)aangiften indient, zal de Belastingdienst niet gaan kijken naar deze aangiften en ook niet naar de uitgevoerde werkzaamheden met betrekking tot de andere aangiften.
 
Ondertekening convenant en start pilot vWia
Op donderdag 11 juni 2009 vond de officiële ondertekening plaats van het vWia-convenant. Dit was daarmee het startsein voor de pilot inzake de verkorte winstaangifte voor de vennootschapsbelasting op basis van de Nederlandse taxonomie, gebruikmakend van procesdefinities (de vWia). Al op dezelfde dag dienden meerdere kantoren vWia’s in.
De Belastingdienst en de deelnemende partijen hebben gekozen voor een pilot van anderhalf jaar voorafgaand aan brede invoering. De ervaringen tot eind 2010 kunnen worden benut om de invoering aan de overheids- en marktkant soepel te laten verlopen. Het meedoen aan de pilot vWIA betekent dat de intermediair en de Belastingdienst:
·         de intentie uitspreken hun relatie te baseren op wederzijds vertrouwen, begrip en transparantie;
·         voorafgaand aan de indiening van een aangifte actief in het kader van het aangifteproces relevante gebeurtenissen/ingenomen standpunten aan elkaar voorleggen op het moment dat deze zich voordoen;
·         zonder terughoudendheid en zonder voorbehoud aan elkaar inzicht in feiten en omstandigheden verstrekken binnen de kaders van wet- en regelgeving. Hierbij is het voor de intermediair bepalend wat met betrekking tot geheimhouding in overeenstemming is met de gedrags- en beroepsregels van de beroepsorganisatie die op de intermediair van toepassing zijn;
·         streven naar het gezamenlijk duiden van de fiscale gevolgen van de specifieke relevante feiten en gebeurtenissen.
 
Let op!
De Belastingplichtige, de klant van de intermediair, moet nadrukkelijk toestemming gevenvoor het indienen van een verkorte winstaangifte in het kader van deze pilot.
De Belastingdienst heeft het recht om de deelname van de intermediair te beëindigen als deze de gesloten afspraken niet nakomt. Dit betekent dat zo’n intermediair geen vWia maar ook geen kredietrapportages meer kan indienen voor zijn klanten!
 
Kwaliteitseisen intermediair
In het vWia-convenant zijn afspraken gemaakt die waarborgen opleveren voor de kwaliteit van de aangifte. In de bijlage van het convenant zijn bepalingen opgenomen over onder meer de rechtszekerheid, interne kwaliteitsbeheersing en het effectief toezicht op de verkorte winstaangifte vennootschapsbelasting.
De intermediairs die het vWia-convenant hebben getekend, hebben moeten aantonen een adequate interne organisatie te hebben. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het naleven van een (algemeen aanvaard) kwaliteitssysteem. Accountants- en administratiekantoren mogen zelf bepalen welke werkzaamheden nodig zijn voor het tot stand brengen van de vWia’s en de kredietrapportages. Een gebruiker (lees in dit geval Belastingdienst en de banken) mag van een door een accountant samengestelde jaarrekening op fiscale grondslag een rapportage verwachten die is opgesteld overeenkomstig de door het NIVRA en de NOvAA uitgevaardigde gedrags- en beroepsregels. Alsmede overeenkomstig de eisen die worden gesteld in de wet ( BW2 Titel 9). De gedrags- en beroepsregels zijn:
·          Verordening gedragscode en dan met name de daarin opgenomen fundamentele beginselen;
·          Nadere voorschriften accountantskantoren ter zake van aan assurance verwante opdrachten;
·          Standaard 4410 Opdrachten tot het samenstellen van financiële overzichten;
·          Verordening en beleidsregels kwaliteitonderzoek NIVRA;
·          Verordening op de Periodieke Preventieve toetsing NOvAA;
·          Klacht- en tuchtrecht.
 
Hoewel geen regelgeving, worden daarnaast genoemd:
·          Leidraad 14 Opdrachten in de MKB-praktijk;
·          Praktijkhandreiking ter zake van het begrip bedrijfsmatig handelen van een accountantskantoor.
 
Hantering materialiteit
De Belastingdienst heeft aangegeven bij haar metatoezicht dezelfde materialiteit te hanteren als de accountant bij het samenstellen van de jaarrekening. Dit betekent dat wanneer een jaarrekening op fiscale grondslag is voorzien van een samenstelverklaring, het niet kan gebeuren dat de Belastingdienst bij haar metatoezicht de vWia (die is gebaseerd op de betreffende jaarrekening op fiscale grondslag) afkeurt en corrigeert. Immers, de jaarrekening bevat geen materiële fouten. Bevat de jaarrekening wel een materiële fout, dan zal de aangifte gecorrigeerd moeten worden en zal de accountant passende maatregelen (ter verbetering) moeten nemen.
 
Continue focus op kwaliteit
De RA en/of AA zal geen extra werkzaamheden hoeven uit te voeren in het kader van de vWIA of kredietrapportages die worden aangeleverd met behulp van het geautomatiseerde uitwisselingproces. Beide rapportages zijn immers ontleend aan een jaarrekening op basis van fiscale grondslagen, zoals bedoeld in BW2:396. Wél zal de accountant/het kantoor ten aanzien van de de vWIA of de kredietrapportages op ieder moment moeten kunnen aantonen dat zijn/haar interne organisatie altijd de vereiste kwaliteit van de uitgebrachte rapportages waarborgt.
 
Bron: grotendeels overgenomen uit een artikel van Frank Jonker in AccountancyNieuws nummer 13, jaargang 2009